Afzien in een Mexicaanse kloof

Jan en Bas Strijker traden in de voetsporen van hardlooplegende El Caballo Blanco. Zo sta je als plattelandsbewoner uit Oeken tussen de Tarahumara-indianen in de Mexicaanse droogte. Een interview voor De Stentor.

interview

Afzien in een Mexicaanse kloof

JAN (62) EN BAS (40) STRIJKER LOPEN OP 1 MAART DE ULTRA CABALLO BLANCO. 80 KILOMETER PLOETEREN IN EEN MEXICAANSE KLOOF.

Brummen – Hun voeten zakken weg in het zompige grasveld in Oeken, als Jan en Bas Strijker zo flitsend mogelijk op de foto proberen te komen. Het decor: een grote plas water en overal smeltende sneeuwresten. Dat wordt wel even omschakelen de komende weken, want op 1 maart lopen ze urenlang in een gortdroge Mexicaanse kloof. ,,Het is daar nu ongeveer 33 graden en het is slechts voor een deel begroeid’’, zegt Jan Strijker.

,,Zij zijn al eeuwenlang jagers en hun tactiek is: net zo lang achter de prooi aanrennen tot hij uitgeput raakt.’’

Dat vader en zoon een lange afstand gaan lopen is niet bijzonder. Professioneel hardlooptrainer Jan uit Oeken liep vorig jaar zijn 100.000e kilometer. Zoonlief uit Klein-Amsterdam is engineer, maar heeft er ook al tienduizenden kilometers op zitten. ,,Al heb ik nog nooit 80 kilometer gelopen. Wel 40. En als je 40 kan, kan je ook 80’’, stelt Bas Strijker. De keuze voor de Ultra Caballo Blanco is bijzonder. Vooral vanwege de aanleiding.  ,,Het kwam door dit boek’’, zegt Jan Strijker en hij reikt ‘de geboren renner’ van Christopher McDougall aan. ,,Het gaat over de Tarahumara-indianen in het Noordwesten van Mexico. Zij zijn al eeuwenlang jagers en hun tactiek is: net zo lang achter de prooi aanrennen tot hij uitgeput raakt.’’

,,Mensen zijn redelijk unieke jagers. Leeuwen of poema’s kunnen heel hard rennen, maar voor korte tijd. Mensen hebben een enorm uithoudingsvermogen’’

Dat betekent dat ze tientallen, soms honderd kilometer kunnen rennen zonder eten.  Bovendien lopen ze sneller dan menig topatleet uit de westerse wereld. Het boek fascineerde de twee. ,,Het gaat ook in op de menselijke anatomie. Mensen zijn redelijk unieke jagers. Leeuwen of poema’s kunnen heel hard rennen, maar voor korte tijd. Mensen hebben een enorm uithoudingsvermogen’’, zegt Bas Strijker. De Tarahumara-stam raakte in de jaren negentig bevriend met de Amerikaanse ultrarenner Michael Randall Hickman die met zijn blonde haren al snel de bijnaam ‘Het witte paard’ kreeg, in het Spaans ‘Caballo Blanco’. Hickman keerde jaarlijks terug naar de stam en startte in 2003 zijn eigen race: de Caballo Blanco in de Copper Canyon in Urique, Mexico, vlak onder Californië. Het deelnemersveld bestaat uit 450 indianen en 150 buitenlanders. Vader en zoon Strijker zijn de tweede en derde Nederlander die meedoet aan de race.

,,Mocht er iets gebeuren dan word je met een Cessna naar het ziekenhuis in Chihuahua gevlogen”

,,De Caballo Blanco begint in het dal van de Copper Canyon, die groter is dan de Grand Canyon. Vervolgens loop je omhoog de Canyon uit, daarna daal je weer af naar het dal, daarna loop je aan de andere kant omhoog en daal je opnieuw af’’, zegt Jan Strijker. ,,Het is dus veel klimmen en klauteren. Je kan niet de hele wedstrijd hardlopen.’’

,,Ik laat mijn ziekte me dit niet onthouden.’’

En alsof dat nog niet voldoende uitdaging is, doet Bas Strijker dit ook nog eens met suikerziekte. ,,Ik moet me goed voorbereiden. Goed letten op mijn voeding en dit afstemmen met de insuline. Tussendoor moet ik bloedprikken om mijn bloedsuikerspiegel te controleren. Maar het is mogelijk. Ik laat mijn ziekte me dit niet onthouden.’’ Toch is het een extra risico. De reis er naartoe duurt drie dagen, dus het is behoorlijk afgelegen gebied. ,,Mocht er iets gebeuren dan word je met een Cessna naar het ziekenhuis in Chihuahua gevlogen. Dat heb ik natuurlijk wel gecontroleerd.’’ Doel van de ultramarathon is om de 50 mijl (ongeveer 80 kilometer) binnen 14 uur te volbrengen. Dat gaat ze lukken, stelt Bas Strijker. ,,Het streven is 12 uur, maar de ervaring is het belangrijkst.’’

Dit verhaal schreef ik voor de Stentor (regio Deventer en Zutphen).