Buurtsupers: achterhaald of onmisbaar?

De buurtsuper, het dorpswinkeltje, de winkel voor de vergeten boodschappen. Vaak zijn ze duur en is het assortiment beperkt. Hoeveel bestaansrecht hebben ze nog in de dorpen rond Deventer? Ik zocht het uit namens De Stentor en kwam onder andere terecht bij de eigenzinnige ‘Tante Riek van de bakker’ uit Dijkerhoek. Ik heb er hardop gelachen. Helaas overleed ze enkele maanden na de publicatie van dit artikel.

Reportage

Buurtsupers: achterhaald of onmisbaar?

De meeste dorpsslagers, -bakkers en -groenteboeren zijn al weg. Ook buurtsuperhouders geven aan maar moeilijk rond te komen. Is de buurtsuper passé of toch nog belangrijk voor dorpen?

Deventer – Het leek er begin dit jaar op dat de buurtsuper in Okkenbroek zou verdwijnen. Er was protest. ,,Wat moet het dorp zonder buurtsuper?’’ was de veelgehoorde vraag. Hetzelfde gold voor Wilp. De Troefmarkt leek te sluiten nadat eigenaar Gerwin de Ronde er geen heil meer in zag. Tot op het laatste moment Annelies en Wil Gerrits en oud-eigenaren John en Janny Kouwen de handen ineen sloegen en een doorstart maakten. ‘Om het dorp leefbaar te houden’, zeiden ze. Aan het einde van dit jaar maken ze bekend of de Wilpenaren genoeg waarde hechten aan de winkel om door te gaan. De buurtsuper in Okkenbroek werd overgenomen door Ronald Lipholt, eveneens eigenaar van de Attent in Lettele. Hij zet de grens op februari.

De 88-jarige Lettelenaar Wim (,,Mijn achternaam wil ik niet in de krant hebben.’’) stopt zijn boodschappen in de auto bij de Attent in Lettele. ,,Ik doe hier elke week mijn grote boodschappen. Het kerkbezoek wordt al minder, mensen trekken weg uit het dorp, ik vind dat je een buurtsuper moet stimuleren. Maar je hebt een oude man te pakken hè.’’

De jongere generaties kiezen voor andere supermarkten, stelt Wim. ,,Dat is ook logisch. Als je in Deventer werkt is het net zo gemakkelijk om daar even de boodschappen te halen. Bovendien moeten mensen met een gezin op de centen letten en dit is toch wat duurder.’’

Dat beaamt ook eigenaar Lipholt. ,,We zitten 6 á 7 procent boven de prijs van Albert Heijn. Maar daarom heb ik een steeds groter assortiment C-merken. Dan is het nog steeds goedkoop.’’

Bovendien zoekt de geboren Deventenaar naar andere manieren om inkomsten te genereren. ,,Ik verhuur ook tenten en barbecues. Het vlees kun je dan ook hier bestellen. Bovendien lever ik producten aan verschillende zorginstellingen in de omgeving.’’ Vakantie neemt Lipholt zelden. ,,Als ik een paar weken weg ben, moeten de klanten ergens anders heen. Ik ben bang dat als ze eenmaal weg zijn, ze ook niet meer terug komen.’’

Er zijn weken bij dat Lipholt baalt van zijn winkel en het feit dat klanten alleen een pak melk komen halen. Maar toch, over het algemeen lukt het. ,,Ik doe het ook voor het dorp. Ik verdien er geen dik belegde boterham mee, maar het kan.’’

Toch is het belang van de kleine supermarkt er wel degelijk. De buurtsuper is een trefpunt voor de buurt geworden, zegt De Worp-bewoonster Helga Eggert bij de Spar in haar buurt. ,,Er is geen geldautomaat meer, geen postkantoor, we zijn daarvoor nu afhankelijk van de buurtsuper. Bovendien kom je hier iedereen tegen. Het zou een groot gemis zijn als de supermarkt ook nog zou verdwijnen.’’ Eggert zegt er elke dag te komen. ,,Voor de kleine dagelijkse dingen. Hondenvoer bijvoorbeeld of reclame-artikelen. De grote bulk haal ik bij Jumbo of Dirk van der Broek. Dat voordeel is gewoon te groot.’’

Uiteindelijk gaat dat tegen de klant werken, denkt Tony Eijkelenkamp van COOP De Lelie in Terwolde. ,,Met de prijzenoorlog vangt iedereen elkaar vliegen af. Uiteindelijk heeft het als gevolg dat er nog maar weinig supermarkten over blijven die elkaar kunnen beconcurreren. Dan blijven de prijzen niet zo laag hoor.’’ Ook Eijkelenkamp ondervindt de hinder van de grote goedkope ketens. ,,Het is praktisch de IJssel over en je zit bij meneer Jumbo. Ook Twello en Vaassen zijn concurrenten.’’

Eijkelenkamp probeert zich te onderscheiden met service. ,,Ik heb een breed assortiment. Bovendien bezorg ik bij allerlei particuliere woonvoorzieningen en kun je online boodschappen doen. Ik heb ook moonlightshoppen geprobeerd (’s avonds met voordeel winkelen) maar dat was niks. Je wil de boel draaiende houden. Zo lang ik de rekeningen nog kan betalen kan het nog.’’

Hennie Huisink, trouwe klant bij De Lelie, vindt vooral het belang voor ouderen groot. ,,De supermarkt heeft een bezorgdienst voor ouderen en die loopt goed. Ouderen kun je toch niet aan hun lot overlaten? Er is veel parkeergelegenheid en de prijs is redelijk gemiddeld. Ik weet zeker dat de winkel toekomst heeft, want jongere generaties komen hier ook.’’

Aan de ene kant wordt de buurtsuper dus belangrijker als ontmoetingspunt binnen een dorp. Daarnaast neemt het de functie van verdwijnende voorzieningen over. Denk aan een postkantoor, of bank. Aan de andere kant kiest de dorpsbewoner ook voor de eigen portemonnee. De crisis verbetert dit zeker niet. Toch zijn alle buurtsupereigenaren het erover eens. Het verdwijnt niet op korte termijn, maar je moet er niet rijk mee willen worden.

————————————————————————–

‘Tante van de bakker‘ vindt het mooi geweest

Buurtsuper Bakker Nijkamp in Dijkerhoek heeft zijn langste tijd gehad. ,,Mensen komen nog voor een praatje.’’ Binnen een paar jaar verdwijnt de idyllische winkel.

Dijkerhoek – ,,Nu even leuk glimlachen mevrouw’’, zegt de fotograaf. ,,Natuurlijk lieveling’’, zegt Riek Nijkamp (85) van achter de kassa. ,,Zo goed? Ja? Moet je nu al weer weg? Jammer, ik vind je nou net zo’n leuke man. Al ben je me wel wat te grijs.’’ Ze was haar leven lang vrijgezel, maar leer ‘Tante Riek’ de mannen kennen. ,,Elke zaterdagochtend zitten er hier een stuk of tien koffie te drinken. Vooral mannen. Dan bespreken we allerlei nieuwtjes. Gezellig altijd hoor.’’ We zitten in de koffiekamer van het winkeltje van de 85-jarige Dijkerhoekse.

Achter de winkel is de bakkerij van haar neef en nicht, Martin en Ingrid Nijkamp uit Holten. In 1927 begon de vader van Riek Nijkamp de bakkerij en de bijbehorende winkel. Vandaar dat ook de winkel Bakker Nijkamp heet. Nijkamp moet even denken sinds wanneer ze er zelf werkt. ,,Volgens mij 1945. Toen ik 17 was.’’  De winkel ontwikkelde zich. Er kwam keukengerei te koop, babyartikelen, medicijnen, serviesgoed en levensmiddelen. Alles wat een gemiddeld gezin nodig heeft.

,,Vroeger deed ze de winkel samen met haar broer’’, vertelt Ingrid Nijkamp. ,,Hij runde  de zaak en Riek lette op de kinderen.  Haar broer noemden ze in Dijkerhoek  ‘broer’ en Riek heette ‘zus’. Veel kinderen uit de buurt kwamen hier ook langs. Zo kreeg ze later de bijnaam ‘Tante van de bakker’.’’   ‘Tante van de bakker’ en de winkel werden een begrip in Dijkerhoek en omgeving. ,,Het Cultuurhuus wilde een paar jaar geleden ook wat levensmiddelen verkopen. Toen hebben ze zelfs gebeld om toestemming. Er is veel respect. Bovendien komen er ook nog wel mensen, maar meestal alleen voor een kleine boodschap en een praatje.’’

Dat is financieel niet meer haalbaar. In de winkel zijn nog een paar pakjes sigaretten. Er ligt wat fruit, groenten, zuivel en broodjes. ,,We moeten gewoon minder inkopen, anders wordt het te duur’’, zegt Ingrid Nijkamp, de eigenaresse. ,,Het wordt met het jaar kleiner. Het belang van de buurtsuper is een beetje voorbij. Het assortiment is kleiner geworden. Vroeger hadden we twee winkelwagentjes. Die zijn ook weg. Er komt hier zo nu en dan nog iemand even snel iets halen. Mensen uit de buurt of toeristen die langs fietsen. Een broodje halen, een pak melk, of ze komen even kletsen.’’ Haar tante schudt haar hoofd, zittend op haar rollator. ,,Nee het is niet best de laatste tijd.’’

Toch staat de oude bes er nog elke week, vier dagen. Op dinsdag, woensdag, donderdag en zaterdag. Al 68 jaar lang. Maar de jaren beginnen te tellen. Het lopen wordt moeilijker en haar zelfredzaamheid gaat achteruit. Familieleden en werknemers van de naastgelegen bakkerij helpen een handje mee. ,,Als het aan ons had gelegen was de winkel al lang gesloten’’, bekent Ingrid. ,,Maar het is haar ding. Ik geef het nog een jaar, twee jaar. Dan is het  klaar.’’ Dan kijkt haar tante peinzend voor zich uit. ,,Nou ik geloof dat ik het ook niet erg meer vind als hij sluit. Ik heb het al die jaren met heel veel liefde gedaan, maar qua gezondheid houdt het een keer op.’’

De winkel sluit dus binnen afzienbare tijd. Riek Nijkamp zelf krijg je daar voorlopig nog niet weg. Hoewel ze een aantal keer per maand dagbesteding heeft bij de Diessenplas in Holten, wil ze voorlopig op zichzelf blijven wonen. ,,Ik ga mooi niet naar een bejaardentehuis. Want bij de Diessenplas zitten veel van die haaibaaien.’’ Er valt een betekenisvolle stilte. ,,Ja nog erger dan ik!’’

De bel rinkelt. Een man komt  uien kopen. Even later schuifelt de winkelhoudster glimlachend de koffiekamer weer in. ,,Ik kreeg een kus op m’n wang. ’t Is me wat vandaag.’’

Dit artikel werd gepubliceerd in Dagblad De Stentor.