De Sixtijnse Kapel van Rotterdam

Interview

“Michelangelo had hetzelfde gedaan”

De versiering van de kunsthal in Rotterdam zou wel eens de werelddoorbraak kunnen betekenen voor oud-Deventenaar Arno Coenen. De kunstenaar maakt computeranimaties tastbaar, met scheve blikken uit de kunstwereld als gevolg.

Rotterdam – Het was ergens op een namiddag in oktober 2012 dat Arno Coenen met zijn vrouw Iris Roskam in de tuin zat van hun huis ergens onder Rotterdam. Hij zou meedoen aan de ontwerpwedstrijd voor de binnenkant van de nieuw te bouwen markthal in Rotterdam.

,,De opdracht was om een link met de markt te maken’’, vertelt Coenen. ,,Onder het genot van een ‘ketser’ (een joint) kwam ik op het ontwerp. Het moest om de natuur gaan. De natuur als onze god. Een wetenschappelijke variant op de Sixtijnse Kapel.’’ Geen God die Adam het leven geeft, maar gigantische frambozen, vissen, peulen, bloemen, bijen en vlinders. ,,En de zon als middelpunt die zorgt voor al het leven. Bezoekers moeten zich klein voelen en opkijken tegen de natuur. Dat symboliseert de tijd waarin we leven. Een tijd dat mensen doorkrijgen dat we de natuur niet in de hand hebben.’’

Hij won en de hal is klaar. De wereld vergaapt zich aan het gigantische kleurrijke bouwwerk op de Binnenrotte dat in het najaar geopend wordt. De NOS is net weg als De Stentor even met Coenen kan spreken. ,,Dit staat natuurlijk mooi op je cv en ik wil graag iets in het buitenland gaan doen. Ik heb al wel wat telefoontjes gehad. Het liefste maak ik iets in Duitsland.’’

Dat lijkt wel goed te komen voor de voormalige scholier van het Alexander Hegius. De 42-jarige Coenen werd geboren in Deventer en groeide op in Olst. De band met deze contreien blijft sterk. ,,Ik heb een brandende Deventer toren op mijn borst getatoeëerd. Ik ben er geboren en ik heb er op school gezeten. Mijn ouders wonen er nog. De stad blijft bijzonder voor me, net als Olst.’’

Zijn accent is nog onmiskenbaar Deventers. Toch is hij 23 jaar geleden al vertrokken om te studeren aan de kunstacademie in Groningen. Een logische stap voor iemand met een kundig tekenleraar als vader en een passie voor cultuur. ,,Ik wilde eigenlijk olieschilder worden, maar in die tijd kwamen ook computers in beeld. Toen dacht ik: ik kan jaren oefenen om een redelijke schilder te worden, of ik leer in een paar maanden alles over digitaal ontwerpen. Vervolgens zat ik elke dinsdagavond bij de Photoshoplessen.’’

Dat bleek een goede zet. Coenens werk is door heel het land te vinden. Allen vinden de basis achter een beeldscherm. Digitale ontwerpen, maar dan verwerkt in glas-in-lood. Een gefotoshopte plaat verwerken in mozaïek. Coenen deed het allemaal. Het hoogtepunt tot nu toe is echter de Rotterdamse markthal.

Bevriende animators en 3D-visualists hielpen hem bij het ontwikkelen van zijn ontwerp. Uiteindelijk moesten er zelfs Pixar-studio’s uit Nieuw-Zeeland aan te pas komen, omdat het technisch zo moeilijk was wat hij wilde bereiken: een haarscherpe animatie, verdeeld over honderden vlakken, van 100 meter lang en 100 meter breed. De vlakken zijn van aluminium en de tekening is erop geprint. Deze duurzame techniek zorgt ervoor dat het werk nauwelijks inlevert op kwaliteit.

Toch merkt hij dat de kunstkringen hun neus nog wel eens ophalen voor zijn werk. Hij past niet in het beeld van de kunstenaar, die met verfvlekken op zijn overall hoopt ooit de nieuwe Rembrandt te worden. Allereerst niet door zijn uiterlijk. Een lange baard, opgeschoren haar met een lok bovenop en een lichaam onder de tatoeages doen Coenen eerder op een hardrocker lijken. Maar ook zijn aanpak wordt niet altijd gewaardeerd. ,,Wat ik doe wordt gezien als ‘lage’ kunst. De kunstwereld is conservatief. Daar heerst het idee dat een kunstenaar schildert en een galerie heeft, maar moderne kunst is meer dan dat. De technieken die wij toepassen zijn onderscheidend en vernieuwend. Als Michelangelo nu had geleefd, had hij het ook zo gedaan.’’ Coenen ziet zichzelf en zijn collega’s als de voorhoede van de digitale kunstenaars. ,,Hopelijk zetten we de deur open voor anderen.’’

Coenen laat zich moeilijk plaatsen als kunstenaar. Dat heeft hij ook liever niet. ,,Ik wil juist stijlen verbinden. Dat begon al op de middelbare school. Daar had je de hiphoppers en de rockers. Die groepen zaten apart. Maar toen ging rapgroep Run DMC in 1986 samenwerken met de rockers van Aerosmith. Gescheiden werelden werden samengebracht. Ik ben een verbinder en dat wil ik ook in mijn kunst doen.’’

Na de futuristische hal in Rotterdam is het wachten op de eerste telefoontjes uit Shanghai of Qatar, maar hoe zit het eigenlijk met zijn geboortegrond? Kunnen we binnenkort ‘een Coenen’ in Deventer of Olst verwachten? ,,Hoewel ik dat erg graag zou willen, waarschijnlijk niet. Ik heb enkele jaren geleden via het Overijsselse Kunstcanon meegedaan in de strijd om een reeks kunstwerken in Olst te maken, maar ik ben het niet geworden. Daar baal ik nog steeds van en ik hoef er ook even niets mee te maken te hebben.’’

Gepubliceerd in Dagblad De Stentor