‘Ik kan niets doen, alleen maar hopen’

Wat als jij veilig in Nederland zit, maar je familie in je thuisland wordt overvallen door een verwoestende orkaan? Ik interviewde de Filipijnse Cecile Tolibas uit Wilp over haar angst, machteloosheid en verdriet, na de orkaan Haiyan.

Interview

“Ik kan niets doen, alleen maar hopen”

De Filipijnse Cecille Tolibas uit Wilp kijkt met afgrijzen naar de beelden uit haar thuisland. Tacloban, háár stad, ligt in puin. Er liggen lijken op straat. ,,Van een deel van mijn familie heb ik niets gehoord. Mijn broers en zus leven nog, maar voor hoelang?’’

Wilp – Cecille Tolibas had voor de bewuste acht november regelmatig contact met haar broers en zussen op de Filipijnen. ,,Ze zeggen dat de storm heel zwaar wordt’’, zei ze dan. ,,Ja dat horen wij ook. Maar hoe zwaar precies weet niemand. We gaan weer naar het ouderlijk huis’’, kreeg ze als antwoord. Dat betonnen huis was normaal gesproken genoeg. Ze hadden ten slotte al 24 orkanen gehad dit jaar. Yolanda, zoals Haiyan werd genoemd op de Filipijnen, was anders. ,,Ze hebben hem onderschat.’’

Vier dagen zat Cecille Tolibas in angst. Radiostilte uit de Filipijnen. Tot ze dinsdagochtend drie sms’jes op haar telefoon zag. Ze waren van haar zus uit Tacloban. ,,Ze leefde nog. Mijn familie in Carigara en een broer uit Tacloban ook. Het betonnen huis had het gehouden. Ze dreven vier uur lang in het water van de vloedgolf  en het dak was verdwenen door de wind. Maar ze leefden nog. Mijn zus was op haar motor door het rampgebied naar een ander deel van het eiland gereden. Daar was telefoonverbinding.’’

“Mijn broer is bang dat moordenaars en verkrachters het op zijn familie hebben gemunt. In de wijk ernaast is een vrouw verkracht en vermoord.”

De 30-jarige Tolibas komt uit Carigara, aan de noordkant van het eiland Leyte. De zwaarst getroffen stad Tacloban ligt twintig kilometer oostwaarts. Tacloban is de grootste stad op het eiland. Het is ongeveer zo groot als Apeldoorn met 220.000 inwoners. De reden dat de havenstad zo zwaar is getroffen komt doordat het aan de Stille Oceaan ligt, waar Haiyan vandaan kwam. Daardoor kwam er naast de storm ook een 15 meter hoge vloedgolf overheen.

Tolibas noemt Tacloban háár stad. ,,Ik ken de stad uit mijn hoofd. Ik heb nu de foto’s op internet gezien. Het is onherkenbaar.’’ Ze woonde er tijdens haar studietijd en kent er honderden mensen. Hoeveel er daarvan nu nog leven weet ze niet. ,,De totale familie van mijn vaders kant wonen in Tacloban en zijn sinds de storm spoorloos. Net als oude klasgenoten en vrienden. Ik probeer telefonisch en via Facebook contact te krijgen, maar krijg geen respons. Ik kan alleen hopen dat ze nog leven.’’

“Gevangenen lopen vrij rond. Een deel is op zoek naar hun familieleden. Een ander deel doet verschrikkelijke dingen.”

Haar naaste familie overleefde Haiyan door het betonnen ouderlijk huis. Dat is geluk hebben, maar de gevolgen van de storm zijn zo mogelijk nog erger dan de storm zelf. Geen eten, nauwelijks drinken, een constante geur van rottende lijken, geen elektriciteit en geen fatsoenlijk huis. ,,Hun huizen zijn zwaar beschadigd. Ze wonen er met baby’s en kinderen. Er is geen melk voor de baby’s en geen eten voor zichzelf. Ze hebben gelukkig vers water voor een aantal dagen.’’

De hulpdiensten komen steeds meer op gang. Er worden noodpakketten uitgedeeld op centrale plaatsen. Maar die pakketten ophalen is gevaarlijk. Er heerst totale chaos in het gebied.

Door de wanhoop is iedereen een gevaar voor elkaar. ,,Iedereen heeft honger. Mensen beroven elkaar. Plunderen alles wat ze tegen komen. Geef ze eens ongelijk’’, zegt Tolibas. Haar broer paradeert zelfs dag en nacht met een pistool voor de verwoeste woning waar zijn gezin huist.  ,,Hij is bang dat er plunderaars, moordenaars of verkrachters komen die het op zijn familie hebben gemunt. In de wijk ernaast is al een vrouw vermoord en zijn verschillende vrouwen verkracht.’’

De Wilpse heeft inmiddels meerdere keren contact gehad met haar broer. De politieman en gevangenisbewaarder van beroep, vertelde dat er 600 gevangenen zijn vrijgelaten, omdat er geen eten meer voor ze was. ,,Die lopen dus vrij rond. Een groot deel van die gevangenen is ook gewoon op zoek naar zijn familie en voedsel. Een ander deel houdt zich bezig met verschrikkelijke zaken.’’

Haar broer zit in een tweestrijd, vertelt Tolibas. ,,Anderhalf uur lopen om een noodpakket te halen of zijn gezin beschermen? En bovendien. Vaak als hij bij de noodhulp aankomt is alles al op. ’’

De verhalen van haar familieleden zijn gruwelijk. De beelden van de verwoesting zijn de wereld over gegaan. Terwijl dit artikel wordt geschreven staat het dodental net iets onder de 5.000. De kans is groot dat het nog flink zal oplopen.

Tientallen kleine dorpen zijn nog niet bereikt door hulpdiensten. Hoe groot de schade daar is, is niet duidelijk. De elektriciteit zal nog maanden afgesloten zijn en de komende weken zal het leven van de Filippino’s maar om één ding draaien: overleven.

Cecille Tolibas kan het eiland Leyte dromen, met al haar plaatsjes en steden. Ze woont pas twee jaar in Nederland. Half in het Engels, half in het Nederlands vertelt ze haar verhaal.

Ze leerde haar huidige vriend, Wilpenaar Maarten Dokter, in 2006 kennen  toen ze als au pair in Tiel werkte. Jarenlang reisden de twee heen en weer tussen Nederland en de Filipijnen, tot Dokter een vaste baan kreeg en dat Tolibas de mogelijkheid bood naar Nederland te komen. Inmiddels wonen ze samen met hun dochter op een prachtige boerderij tussen Wilp en Twello.

Een gelukkig plaatje, maar het liefst was ze niet hier. ,,Ik voel me schuldig. Het is zo oneerlijk. Ik eet hier drie keer per dag en voel me verschrikkelijk als ik vol zit. Zij zitten daar, straks gaan ze dood van de honger.’’

Toch weet ze dat ze machteloos staat. Helpen kan ze daar niet en geld sturen heeft nu geen zin. ,,Er is niets om te kopen van dat geld. Bovendien zijn de pinautomaten kapot. Maar ik probeer met familie te bedenken hoe we kunnen helpen. Ik heb nu afgesproken om geld naar mijn zus in Manilla te sturen. Zij koopt er goederen van en brengt ze naar de familie in het rampgebied. Ze kan daar echter nog niet heen. De kans dat ze wordt overvallen onderweg is te groot.’’

Het plan van Tolibas en Dokter is om in ieder geval over een paar maanden af te reizen naar de Filipijnen. Tot die tijd kunnen ze slechts hopen dat de familie de nasleep van de ramp overleeft.

Dit interview werd gepubliceerd in De Stentor.