Interview met architect Herman Bessels

Per jaar duizend kilometer schaatsen, drie keer per week roeien, elke dag een half uur schoffelen en elke minuut bezig met ontwerpen. Een portret van de Deventer Architect Herman Bessels.

INTERVIEW

Herman Bessels wil tot in de eeuwigheid ontwerpen

TWELLO – IN HET KANTOOR VAN BESSELS ARCHITECTEN EN INGENIEURS AAN DE DOMINEESTRAAT IN TWELLO STAAT EEN GROTE FOTO. HET IS EEN AFBEELDING VAN BESSELS IN ZWART-WIT, LANGUIT OP EEN BANK, MET ZIJN OGEN GESLOTEN. ONDER ZIJN LIJF STAAT ‘ARCHITECT AT WORK’. DE SERENE RUST DIE DE FOTO UITSTRAALT VLOEKT MET DE MAN DIE AAN TAFEL HONDERDUIT PRAAT OVER ZIJN NIEUWSTE BOUWPROJECTEN.

De 65-jarige architect is één brok energie. ,,Ik ben altijd met honderdduizend dingen tegelijk bezig.’’ Hij erkent dat zijn gedachtespinsels soms lastig te volgen zijn voor anderen. Wanneer hij weer eens uitweidt over één van zijn ontwerpen komt direct een kladblok en een pen tevoorschijn. ,,Kijk en wat wij toen hebben bedacht is om het zo, zo en zo te doen’’, zegt hij terwijl hij lijnen schetst op het papier. ,,Daardoor is het pand direct multifunctioneler. Slim toch?’’ De verslaggever knikt, ook al heeft hij het slechts deels begrepen.

Dit gesprek heeft plaats omdat Herman Bessels 65 jaar is geworden. Van oudsher de pensioenleeftijd, waarop men tevreden terugkijkt op het werkzame leven en zich voorbereidt op spelen met kleinkinderen en het bijhouden van een groentetuin. Dit is echter een ander geval. ,,Ik geef pas echt een groot feest op 10 oktober 2019. Dan ben ik 40 jaar architect en 70 jaar, dat mag gevierd worden.’’

De architect, geboren in Posterenk, woonachtig in Deventer en werkzaam in Twello begon in 1979 als architect. Daarvoor gaf hij 2,5 jaar les aan de HTS in Utrecht, maar hij werd ontslagen wegens recalcitrant gedrag. Met  60.000 gulden studieschuld en een gezin begon hij met niets. Bessels architectenbureau bestond dan wel, maar opdrachten had hij eigenlijk niet. Het was pakken wat je pakken kon. Maar al snel kwam Bessels in contact met een voedselproducent in Olst.

Hij verbouwde de fabriek en haalde een ontwerpverzoek binnen voor een voorgevel van een modewinkel in Eindhoven. Sindsdien is Bessels actief gebleven in de voedingsindustrie en de winkelcentra. Of hij dat voor ogen had? ,,Nee, maar zo is het toevallig gelopen. En toeval is hetgeen je toekomt.’’

Hij bouwde in 35 jaar tijd allerlei fabrieken door het land en ontwierp of renoveerde bekende winkelcentra. Bekende werken uit de regio zijn het oude EDB gebouw in Deventer, waar nu kledingwinkel The Sting huist, de Oranjerie in Apeldoorn en het Postkantoor in Arnhem.

Bessels ontwerpt bijna geen woonhuizen, omdat het wensenpakket en het budget vaak mijlenver uit elkaar liggen. ,,Bij winkelcentra en industriegebouwen is dat strakker geregeld en wordt meer creativiteit gevraagd, zowel wat betreft schoonheid als maakbaarheid. Hoe kan ik een pand bouwen als fabriek, maar kan het in de toekomst dienst doen als logistiek centrum? Winkels hadden vroeger een doorlooptijd van 30 jaar, nu is dat ongeveer 5 jaar. Voor de crisis werd er gebouwd en gebouwd en nu staat het leeg of wordt het gesloopt. Het is mijn taak om te zorgen dat gebouwen hun gebruikswaarde blijven behouden. En dat komt neer op het volgende: hoe multifunctioneler, hoe beter.’’

Bessels noemt het ‘Legoliseren’ van gebouwen. ,,Simpel omvormen, zodat je het ook weer simpel kunt aanpassen en de gebouwen hun schoonheid behouden.’’

Door deze manier van denken heeft het bureau de crisis goed doorstaan. Dat is bijzonder, aangezien de bouwsector volledig instortte. Er moesten wel mensen worden ontslagen, maar inmiddels groeit het team weer. Er werken nu 13 mensen bij Bessels. ,,De crisis heeft ons op scherp gezet. De bomen groeien niet meer tot de hemel dus we moeten creatief zijn.’’

En dat is wat Bessels het liefste doet, creatief zijn. Stoppen met werken is daarom nog lang geen optie. ,,Ik vind het gewoon stikleuk wat ik doe. Ik blijf permanent ontwerpen. Er zijn tegenwoordig zo veel mogelijkheden om te vernieuwen.’’

Bessels pakt zijn iPad en laat zien dat alle gebouwen driedimensionaal worden uitgewerkt inclusief bijbehorende animatiefilms. Zo kunnen we alles tot op de millimeter nauwkeurig plannen. Daardoor worden fouten vooraf voorkomen.’’ Architecten visualiseren hun gebouwen voor zichzelf, maar vergeten vaak dat anderen ook moeten begrijpen wat ze maken. Daarom gebruikt Bessels tegenwoordig een 3D-printer. ,,Zo kunnen we zelf maquettes driedimensionaal printen.’’

Bessels geeft anderen graag een inkijkje in zijn manier van denken en werken. Hij schrijft geregeld artikelen in allerlei vakbladen. Ook stimuleert hij producenten om een open houding aan te nemen tegen hun klanten. Hij raadt ze aan ‘researchcentra’ in hun fabrieken op te nemen. Daardoor kunnen klanten kijken naar het productieproces van het product dat ze willen kopen, waardoor ze er een beter gevoel bij krijgen.

Soms een beetje eng voor producenten, want ideeën kunnen natuurlijk worden gekopieerd. ,,Maar wie niet deelt, vermenigvuldigt niet. Dan moeten je in de toekomst zorgen dat je nóg slimmer bent.’’

Bessels wil anderen versterken. Dat merken ze ook op het kantoor van Bessels Architecten en Ingenieurs. Volgens een aangeschoven medewerker is hij zeer sociaal. ,,Heb je privéproblemen, dan stuurt hij je naar huis. Op professioneel vlak gooit hij je direct in het diepe, maar laat je nooit verzuipen.’’

Bessels hoort het knikkend aan. ,,Ik wil dat iemand zijn eigen verantwoordelijkheden neemt, maar ik zal hem altijd helpen als dat nodig is. Deze houding heeft erin geresulteerd dat we een fanatiek team hebben met een ziekteverzuim van minder dan een procent.’’

De woorden vallen vaak: fanatisme, bevlogenheid, enthousiasme. Niet alleen in het vak, maar in het hele leven. Rust krijgt de architect ’s nachts, de dagen probeert hij intens te beleven. Naast zijn werk roeit hij drie keer per week op de IJssel in een skif en schaatst hij zo’n duizend kilometer per jaar. Daarnaast onderhoudt hij de Kloostertuin in Deventer, thuis van het jaarlijkse Tuinfeest en Poëziefestival. Dat is niet geheel toevallig, want hij woont er. ,,Een prachtige plek om even tot rust te komen. Een half uur schoffelen op een dag is heerlijk werk.’’

Mits er niets onverwachts gebeurt gaat de vitale 65-plusser nog jaren mee. En dat is Bessels ook van plan. Hij wil oud worden. En vooral: tot het einde blijven ontwerpen. ,,De architect Oscar Niemeyer (Braziliaans modernist, red.) stierf op 104-jarige leeftijd aan zijn tekentafel met een potlood tussen zijn vingers. Dat lijkt me wel wat. Dan heb ik nog zeker 40 jaar te gaan en zit ik nu pas op de helft.’’ Maar Bessels gaat nog een stapje verder. ,,Rond de deksel van mijn kist moeten Led-lampen hangen en een groot wit papier aan de binnenkant. Dan kan ik tot in de eeuwigheid doorgaan.’’

Dit artikel werd als hieronder geplaatst in De Stentor (edities Deventer en Apeldoorn).