Zwolse liefde voor Deventer fietsen

Heb je je wel eens afgevraagd waar dat roestige fietswrak waar je elke dag langs loopt vandaan komt? Het zou zo maar eens een historisch exemplaar kunnen zijn. Toch, Nederlanders interesseren zich niet zo voor de geschiedenis van de fiets. Op deze Zwolse heren na. Spread voor De Stentor Zwolle en Deventer.

Reportage

Fietshistorie vult Zwols huis

Zwolse vrijwilligers stappen in gat dat professionele historici laten vallen: de geschiedenis van de fiets. Ze conserveerden en onderzochten de fietscollectie van het Historisch Museum Deventer. Ook hielpen ze het museum met het aankopen van een pronkstuk: de houten Burgers Hoge Bi uit 1873.

Zwolle – ,,Kijk dit is een Burgers fiets. Dit ook. En dit. En dit is een Burgers lampenstandaard. En hier heb ik Burgersemblemen.  In de schuur staan er ook nog wat’’, zegt Theo de Kogel op zijn zolder in een rijtjeshuis aan de Prins Mauritsstraat in Zwolle. Er staan zo’n dertig fietsen. Er liggen zadels, kinderzitjes en lampen van allerlei oude fietsmerken. Aan de muur hangen emaillen reclameborden van Burgers-ENR. Samen met mede-fietsfanaat Hans van de Stouwe poseert hij voor de foto. Stilstaan is lastig, want hij vertelt een anekdote over een fiets bij het raam. Die kan in tweeën. ,,Dit is een vroege vouwfiets. Die werd in de Tweede Wereldoorlog gemaakt om hem zo min mogelijk op een fiets te laten lijken. Dan namen de Duitsers hem niet mee.’’

,,Ik weet zeker dat er elk jaar nog tientallen historische Burgersfietsen naar de oudijzerhandelaar worden gebracht, zonder dat mensen beseffen hoe bijzonder de fiets is.”

We zijn thuis bij één van de conservatoren van de Burgers fietsencollectie van het Historisch Museum Deventer. Een vrijwilliger die zijn hart verpand heeft aan de oude fiets en dan in het bijzonder die van de voormalig Deventer fietsfabrikant Burgers-ENR.

,,Ik heb altijd al iets met fietsen gehad, maar vanaf mijn 28e ben ik ze ook gaan verzamelen en verkopen. Vlak daarna ben ik ook lid geworden van Vereniging De Oude Fiets’’, zegt de inmiddels 61-jarige Theo de Kogel. ,,De techniek van fietsen fascineerde me. Later ben ik historisch onderzoek gaan doen naar Nederlandse fietsmerken, eerst de Zwolse merken  en de laatste jaren Burgers ENR.’’

Dat blijkt ook in het huis van De Kogel. Dat begint op een museum te lijken. Naast de dertig fietsen op zolder en de Hoge Bi in de werkkamer ligt ook de schuur nog vol met fietsonderdelen. Er staat nog een gedemonteerde  Hoge Bi, met het karakteristieke hoge voorwiel en een klein achterwiel. ,,We willen hier nog een zadel op maken, maar we weten nog niet precies hoe’’, zegt Hans van de Stouwe.

Waar De Kogel nu de man van de historie is, is zijn collega Hans van de Stouwe (65) de man van de techniek: ,,Mijn interesse lag altijd bij gemotoriseerde voertuigen. Toen ik tien jaar geleden van mijn cardioloog hoorde dat ik meer moest fietsen ben ik zo langzaamaan in de oude fietsenwereld terecht gekomen.’’

De twee leerden elkaar kennen via Vereniging de Oude Fiets en bleken elkaar goed aan te vullen. Van de Stouwe kan oude onderdelen vinden en maken, De Kogel speurt in archieven.

,,Nederland is hét fietsland bij uitstek, maar er wordt maar zelden onderzoek gedaan naar de geschiedenis van die fietstraditie. Dat is vreemd.”

Via het onderzoek naar Burgers kwamen  Theo de Kogel  en Hans  van de Stouwe in 2011 in contact met het Historisch Museum Deventer.  Eerst hielpen ze met de opzet van de tentoonstelling in 2012 in Museum de Waag,  daarna  werd  hun hulp ingeroepen om de tientallen fietsen van de museumcollectie te dateren en te onderzoeken. Dit lukte met vrijwel elk exemplaar aan de hand van oude foto’s, advertenties, catalogi  en wat hulp van Gert Jan Moed van fietsmuseum Velorama in Nijmegen.

Toch is de honger naar informatie over de in 1961 overgenomen fietsfabrikant bij De Kogel nog niet gestild. ,,Burgers is de eerste rijwielfabrikant  van Nederland. Een bijzonder bedrijf waar eigenlijk maar weinig over bekend is’’, zegt de verzamelaar. Professionele historici laten een belangrijk deel van de Nederlandse cultuurhistorie liggen: de geschiedenis van Burgers.

De geschiedenis van Burgers is namelijk de geschiedenis van de fiets. Van vélocipède tot de moderne racefiets. Burgers heeft de ontwikkeling mede vorm gegeven. ,,Nederland is hét fietsland bij uitstek, maar er wordt maar zelden onderzoek gedaan naar de geschiedenis van die fietstraditie. Dat is vreemd. Wetenschappelijk onderzoek is schaars en juist in Deventer, thuisbasis van de eerste Nederlandse rijwielfabriek, had ik meer historici verwacht die zich hadden verdiept in de geschiedenis van de fiets. Maar ook in onze vereniging De Oude Fiets (500 leden door heel Nederland, red.) zit bijna niemand uit de omgeving van Deventer.’’

Zo blijven nog te veel verhalen onverteld. Welke fiets werd wanneer gemaakt? Welke bijzondere fietsen worden nog bereden? Hoe was het om bij Burgers te werken? ,,Wat zou er allemaal aan historische waarde op de zolders in Deventer liggen?’’, vraagt De Kogel zich hardop af. ,,Ik weet zeker dat er elk jaar nog tientallen historische Burgersfietsen naar de oudijzerhandelaar worden gebracht, zonder dat mensen beseffen hoe bijzonder de fiets is. Ik hoop in de toekomst in contact te komen met oud-werknemers, of kinderen van oud-werknemers met verhalen uit de tijd van de fabriek.’’

De vorderingen houdt De Kogel bij op zijn website www.burgers-enr.net en in clubblad Het Rijwiel. Wat hij uiteindelijk met zijn verzamelde verhalen wil? ,,Dat weet ik nog niet. De website en het blad vullen voorlopig. Ik vind het gewoon interessant.’’ En de fietsencollectie in zijn huis? ,,Voorlopig houd ik die. Uiteindelijk geef ik ze het liefst in bruikleen aan musea. Dat kan aan het Historisch Museum Deventer zijn, maar het mooiste zou zijn als er een Overijssels fietsmuseum komt.’’

De Hoge Bi: kroonjuweel verstoft op zolder

Het Historisch Museum Deventer heeft sinds kort een zeer bijzonder exemplaar in handen: de Burgers Hoge Bi. De Kogel en Van de Stouwe speelden een bemiddelende rol tussen de verkoper en het museum. ,,Het is een zeer bijzonder geval omdat deze Hoge Bi een houten frame heeft. Die was geïnspireerd op de Franse vélocipède. Die zijn maar enkele jaren gemaakt. Toen kwamen de metalen frames uit Engeland overgewaaid’’, zegt Van de Stouwe. ,,Extra bijzonder is het dat hij nauwelijks slijtagesporen heeft. Hij ziet eruit zoals hij uit de fabriek kwam. Dat is heel zeldzaam.’’ De fiets heeft jarenlang ongebruikt, onder een paardendeken, op zolder gestaan bij een van de de éérste grote fietsenverzamelaars van Nederland: meneer Arnold uit Haarlem. Zijn voornaam weten De Kogel en Van de Stouwe ook niet. Nadat deze overleed werd de fiets door zijn zoon van de hand gedaan aan Otto Beaujon,  een lid van De Oude Fiets. Deze bood hem  aan bij het museum in Deventer.  Nadat Van de Stouwe en De Kogel  het museum nogmaals wezen op dit unieke exemplaar  heeft het   museum, de fiets gekocht .

Fietsencollectie Deventer Historisch Museum binnenkort digitaal

Geïnteresseerden kunnen binnen enkele weken ook op internet de fietsencollectie van het Historisch Museum Deventer bekijken. Theo de Kogel en Hans van de Stouwe onderzochten  elke fiets en zochten de historie uit.  Het museum heeft van elke fiets nieuwe foto’s gemaakt.  De  historische gegevens komen samen met de foto’s op internet te staan. Op dit moment staan de fietsen op een depot.

Wat was Burgers-ENR?

In 1869 maakte de smid Hendrikus Burgers, geboren in Voorst en gezeteld in Deventer, zijn eerste rijwiel. Vlak daarna richt hij de ‘Eerste Nederlandsche Fabriek van Vélocipèden’ op. Door de opkomst van de Hoge Bi verdwijnt de houten vélocipède van het toneel. Vlak daarna worden lagere fietsen gemaakt met kettingaandrijving en luchtbanden gemaakt. De verkoop stijgt explosief tot 5000 á 6000 fietsen per jaar. De fabriek bij Achter de Broederen wordt uitgebreid met een fabriek aan de Rozengaarderweg. De fabriek krijgt de naam Burgers-ENR: Eerste Nederlandsche Rijwiel- en Machinefabriek voorheen H. Burgers.

De Deventer fabriek werd een nationale autoriteit op het gebied van fietshandel. Het ontwikkelt ook motorfietsen en één auto. Tot 1920 was het waarschijnlijk de grootste fietsenfabrikant van Nederland. In de jaren ’30 verliest Burgers terrein. Vooral Fongers en Gazelle drongen zich op. Slechte marketing en een gebrek aan vernieuwing breekt de fabriek op. Ook wordt directeur Gerard Kilsdonk in 1945 opgepakt. Hij was NSB’er. Het zal de naam Burgers geen goed hebben gedaan. In 1961 wordt door aandeelhouders besloten Burgers-ENR op te doeken. Het werd verkocht aan Pon en het bedrijf zelf werd omgezet in de ‘NV tot exploitatie van roerende en onroerende goederen ‘Rozengaarde’. Dit heeft nog tot 1992 bestaan, maar had niets meer met fietsproductie te maken.